menu☰

Uit de oude doos

Gerard Cretier reed 3,5 ton in 3 jaar met Carrera 3.2

Gerard Cretier reed 3,5 ton in 3 jaar met Carrera 3.2

De goedkoopste auto die bestaat

Uit PUUR nummer 2 2017

Internet is snel, maar Porsches zijn sneller. In de jaren negentig kachelde Gerard Cretier per Carrera 3.2 volgas door Europa om vrachtwagens in te kopen. In drie jaar tijd tikte hij 350.000 kilometer weg met zijn onvermoeibare 911 uit 1985. “Er ging nooit wat aan stuk. Nooit. Lekke banden? Nooit. Ik rijd om de spijkers heen, dat lijkt me veel handiger.”



We weten niet van ophouden, deze twee bereisde veteranen: de 81-jarige, nog altijd vlijmscherpe Cretier en zijn Porsche Carrera 3.2, waarin de - lederen - vellen aan het stuur hangen. “Dat laat ik natuurlijk niet repareren,” klinkt het stellig. Ook de schaafplekken op de dun geworden wang van de bestuurdersstoel vertellen een verhaal, het verhaal van een door zware arbeid getekende sneltransporter, die bijna continu op bedrijfstemperatuur kilometers verslond als Koekiemonster een pallet Bastognes. “Hij draait het lekkerst bij 4200, 4300 toeren per minuut,” meent Gerard Cretier, die jarenlang bijna in de auto woonde en er alleen al vanwege die herinnering nooit en te nimmer afscheid van zal nemen. Dat hoeft ook niet, dankzij een lichte motor- en bakrevisie en eerder al een - vanwege lichte roestschade - herstelde, in Meteorgrau overgespoten koets. “Omdat ik dat zo’n prachtige kleur vind.” De 911 slaapt na 370.000 actieve kilometers vredig in een oud garagepand aan een lommerrijke straat in het Gelderse Rossum, een accommodatie die de sporen van de weerselementen met trots uitdraagt en waar je een complete tijdreis ondergaat. 
Bijna surrealistisch is het contrast met de flonkerende 911 Carrera 4S Cabriolet die voor de pui staat. “Ik heb er in anderhalf jaar tijd maar 30.000 kilometer mee afgelegd,” zegt Cretier op bijna teleurgestelde toon, waarbij hij voor het gemak even voorbijgaat aan het feit dat menig leeftijdgenoot op een rollator leunt. Hij kickt op de rode meters, dito veiligheidsgordels en de PDK-flippers achter het stuur, die hij tijdens een fotorondje met het dak open - in de vrieskou! - bepaald niet onberoerd laat. Het gaspedaal vliegt de diepte in. “Mijn fijnste auto ooit. Hij ligt als een blok op de weg, met die lange wielbasis en vierwielaandrijving. Goed te doen zo, met die cabriokap omlaag. Weet je wat nou zo mooi is? Bij 250 km/h in de wind kan ik gewoon een sigaar opsteken. Geen vergelijk met de 3.2 Targa waarmee ik ooit een tijdje reed. Stapelgek werd ik van het suizen van dat rotdak, ook als het dicht zat. Ik prakkiseerde van alles om van die herrie verlost te raken, maar het haalde allemaal niks uit. Wel een prachtige auto, nieuw geleverd in de Arabische Emiraten. Oorspronkelijk wit van buiten en met een wit lederen interieur. Ik kocht ’m op reis van twee broers in Berlijn, die in Scania’s handelden. Ze hadden de buitenkant rood gemaakt, maar een personenwagen spuiten werkt toch net even anders dan bij een vrachtwagen. De deurstijlen en zo waren nog gewoon wit.”

Totaal afgetrapt
Doel van de reportage vormde de levensloop van de onvermoeibare Carrera 3.2, maar de kleurrijke eigenaar rakelt de ene na de andere anekdote op over zijn rijke Porsche-verleden, waarin onder meer enkele 993’s en 928’s de revue passeerden. Het begon allemaal met een 356, ergens eind jaren vijftig. “Zo’n ronde hoepel, weet je wel? Ik kwam bij Koni op bezoek en zag daar zo’n ding staan, een testvoertuig om nieuwe schokdempers uit te proberen. De auto zag er echt keurig uit, er viel helemaal niets op aan te merken, behalve dan dat de drijfstanglagers eruit lagen. Ik hoef jou niet uit te leggen hoe ze daar met zo’n ding omspringen. Aart van der Goes runde daar de ontwikkelingsafdeling en verkocht mij die 356 voor 4000 gulden, uiteraard met een goede set Koni’s eronder. Daar knapte de wegligging danig van op.” Het begin van een Porsche-liefde voor het leven? “Nou, nee. Ik vond het maar een spartaans geval. Wat zeg ik? Een hondenhok.” Twee decennia later viel Gerard Cretier dan toch weer voor een Porsche. “Een witte 911 SC, gekocht van een zieke aannemer hier in de buurt. Die modellen kwamen toen behoorlijk opzetten en ik vond het wel een aparte auto. Ik liet de motorruimte volspuiten met purschuim, om hem beter te isoleren. Er was iets raars met deze 911; ik denk dat hij ooit schade had opgelopen. Een totaal afgetrapte auto, die gruwelijk olie lekte en het er aan de achterkant uit gooide. Zo erg, dat de klep altijd zwart zag.” Cretier schrobde zijn Porsche steeds zorgvuldig, behalve de kentekenplaten. “Daar maakte ik een sport van, om die smerig te houden. Nee, snelheidscontroles kwamen toen nog haast niet voor.”
Gerard Cretier hing bij voorkeur zo min mogelijk rond in het door zijn vader opgerichte garage- en bergingsbedrijf. Liever sprak hij zijn handelsgeest aan door overal in Europa tweedehands vrachtwagens in te kopen en daarvoor weer een nieuwe bestemming te zoeken. “Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Polen, Denemarken, Zweden, Engeland. Altijd op de loze gok: stoppen bij transporteurs en expediteurs onderweg en kijken of er iets interessants voor me stond. Later kreeg ik steeds vaker belletjes vanuit mijn netwerk, maar ik reisde er altijd naartoe. Ik kocht nooit één vrachtwagen zonder ’m persoonlijk gezien te hebben.” Gemiddeld drie dagen per week trok Cretier de landsgrenzen over. “Om 03.00 uur in de ochtend de auto in, ’s avonds laat weer thuis, meestal dus zonder overnachting in het buitenland.” De digitale handel veranderde de wereld. “Internet heeft alles kapotgemaakt. “Stonden we daar ineens met tien man op een vrachtwagen te bieden. Totaal zinloos.”

Woonwagenkamp
Lang voordat de 911 Carrera 3.2 in beeld kwam, vloog Gerard Cretier met een 928 over het asfalt in Europa. “Twee stuks achtereen; formidabele reiswagens. De eerste, bereden door de directeur van Bavaria, kocht ik in 1980. Na een paar maanden keerde mijn zoon ’s morgens vroeg terug van zijn krantenwijkronde en miste de auto ineens. Bleek ’ie bij ons thuis voor de deur gestolen. Een paar weken later belde de politie: de 928 was teruggevonden op een woonwagenkamp, ergens in Zuid-Holland. Vervolgens hoorde ik niets meer. Ik denk dat die agenten daar niet durfden te gaan kijken. Helaas zat de Porsche in een garageverzekeringspolis die maar tot 30.000 gulden dekte. Foutje. Na twee, drie maanden zoeken vond ik bij specialist Harrie Geeris een andere mooie 928, waarmee ik 250.000 probleemloze kilometers aflegde. Oké, op één keer na, dan. Op de terugweg vanuit München dronk ik ergens een bak koffie en vervolgens ging het gas weer op de plank. Met 250 km/h op de teller hoorde ik ineens een enorme klap… en toen stak er een drijfstang door het blok heen. Op zichzelf niet zo erg, maar het was een behoorlijk eind teruglopen naar het restaurant, want met zo’n snelheid leg je véél meters af. Haalden we de Porsche later op met onze bergingswagen, troffen we hem op blokken aan: Telefoonschijfwielen gestolen. Daar beurde ik van de verzekering wel 12.000 gulden voor.”
Na de tweede 928 bleef Gerard Cretier een tijdje Porsche-loos en wilde toen wel weer eens een 911 proberen. “Schadeauto’s die wij met ons bergingsbedrijf ophaalden, bleven hier vaak een tijdje op het terrein staan, in afwachting van een expert. Het gebeurde regelmatig dat we er een konden overnemen van een verzekeraar. Zo ook mijn grijze Carrera 3.2, ergens in 1993. Het voorscherm zat in elkaar; naar het schijnt doordat een stel criminelen iemand wilde doodrijden, wat volgens mij niet gelukt is. Er zat een raar luchtje aan deze Porsche, maar we konden de toen acht jaar oude auto met een lage kilometerstand - iets van 15.000, 20.000 - interessant overnemen.” Zonder enige vorm van warming-up werd de 911 na reparatie van het spatbord meteen aan een marathon onderworpen. “Ik maakte 140.000, 150.000 kilometer per jaar, waarvan het grootste deel met de Carrera. Er mankeerde werkelijk nooit wat aan en met de brandstofkosten viel het enorm mee: altijd 1:10, hoe hard ik ook reed. Meestal 180, 190 km/h op de lange stukken. Eén keer haalden we een truck op bij Boedapest en reed een chauffeur van ons in de Porsche achter mij in de truck aan. Dat hele eind, ja, met 80 km/h. We maten een verbruik van 1:17,5. Ik vond altijd de kachel wel een beetje k*t en van de verlichting deugde ook niet veel, dus hebben we er op een gegeven moment maar pitten van 100 in plaats van 55 Watt in gezet. Soms schakelde ik ook de mistlampen bij. Verder echt een voortreffelijke auto, waarin ik nooit moe werd, ongeacht de reisafstand. Duits degelijk, ook. Hoor zo’n deur eens dichtslaan; dat is écht geen blik!”

Ingesneeuwd
De enige keer dat Gerard Cretier tijdens 350.000 kilometer in drie jaar strandde, viel de Carrera 3.2 zelf niet aan te rekenen. “Ik vertrok ’s avonds uit Luxemburg, onder prima weersomstandigheden. Toen ik het land uit reed, zag ik binnen heel korte tijd zo de sneeuwlaag omhoog komen. Tijdens de klim naar Luik begon de vrachtwagen voor me steeds langzamer te rijden en sloegen de wielen steeds meer door, totdat de gehele combinatie ineens dwars voor me op de weg stond. Ik kon geen kant op en zou er nooit meer voorbijkomen. Tot 03.00 uur in de nacht moesten we wachten op de afsleepdienst en de Porsche raakte steeds verder ingesneeuwd. Uiteraard liet ik de motor lopen en gaf wat gas bij, om de kachel aan de gang te houden. Gelukkig had ik in Luxemburg net de tank goedkoop volgegooid, zoals alle Nederlanders dat doen. In de cabine ging het wel steeds meer naar een tweetakt-buitenboordmotor ruiken. Bleek later de motor heetgelopen door een dichtgesneeuwd rooster in de klep. Dat kostte me een oliekoeler.” Sneeuw, ijzel, spekgladde wegen; niets weerhield Cretier ervan om per 911 telkens weer de jacht te openen op handelswaar. “Problemen met de grip? Nee hoor, helemaal niet, ik ben er nooit mee geslipt of gespind. Ik zette ’m wel op winterbanden met extra smalle Fuchs-wielen.” Aan wagenbeheersing sowieso geen gebrek, want tijdens een feestje in eigen tuin liet Cretier zich opjutten om hetzelfde kunstje te vertonen als een dame met een Fiatje 500 even tevoren opgevoerd had: door de smalle opening van het tuinhek blazen. De volgende dag, zonder drank in de kegel, kostte het drie mannen een kwartier om de Carrera weer dezelfde kant op te krijgen. Speelruimte aan beide kanten: een centimeter. 

Kapotte waterpomp 
Als buitenstaander zou je misschien veronderstellen dat het arriveren in een Porsche je onderhandelingspositie niet bevordert, maar Gerard Cretier ervaarde eerder het tegendeel. “Die mannen bij de transportbedrijven en vrachtwagengarages vonden het prachtig. Ze wilden er vaak even in zitten en het was altijd gezellig ouwehoeren. Ik kon makkelijker iets kopen dan wanneer ik mijn Volvo 245 meenam. Dan vroegen ze: ‘Waar heb je je Porsche gelaten?’ Meestal antwoordde ik: ‘Die staat thuis met een kapotte waterpomp.’ Haha, bij een luchtkoeler! Geen idee of ze het geloofden.” Onderhoud gebeurde natuurlijk bij Cretier in de garage. “Banden, olie, filters, ruitenwissers, schijven, blokken, misschien een keertje schokdempers. Verder hoefde er eigenlijk niks vervangen te worden. Ook dingen als de elektrische raambediening bleven al die jaren gewoon functioneren. Ik durf het gerust te zeggen: dit is de goedkoopste auto die bestaat. Gerard Cretier voert nog even een laatste bewijsstuk in de vorm van de uitlaat. “Een echte (tegenwoordig schreeuwend dure, red.) DP11 van edelstaal, gemaakt voor het leven. In Berlijn kwam ik ooit bij een Porsche-hobbyist die ’m mij aanbood voor 25 Duitse Mark. Op verzoek wilde hij hem ook wel monteren, dus heb ik hem 50 Mark gegeven.”